Het toiletmoment

Daar gaat ze. Een moeder in de speelgroep moet tussendoor naar het toilet. Haar zoontje zit heerlijk te spelen, volledig verdiept in zijn spel. Ze kijkt om zich heen en denkt waarschijnlijk: Mooi, hij heeft me niet in de gaten, dan glip ik snel even weg. En zo stil en onopvallend mogelijk loopt ze de ruimte uit. 

Het voelt heel logisch. Sterker nog, veel ouders denken dat dit de beste keuze is. Ze glippen zo stilletjes mogelijk weg uit liefde. Waarom zou ik mijn kind storen als het zo lekker speelt? We zien zo graag dat een kind helemaal opgaat in zijn spel, dat we dat moment liever niet willen verstoren. 

Toch gebeurt er iets bijzonders. Op het moment dat de jongen opkijkt, ontdekt hij dat zijn moeder zomaar is verdwenen. Hij begint intens te huilen. Zo’n moment kan voor een kind verwarrend en onveilig voelen. Niet omdat de ouder weg is, maar omdat die zonder aankondiging verdwenen blijkt te zijn. Het kind wist niet dat dit zou gebeuren. De boodschap die het kind onbewust meekrijgt, is:
“Papa of mama kan zomaar weg zijn.”
“Ik weet niet wanneer iemand vertrekt.”
“Ik moet goed opletten of mijn ouder er nog wel is.”

Dat maakt dat sommige kinderen hun ouder daarna veel meer in de gaten gaan houden. Ze durven minder op te gaan in hun spel, kijken regelmatig om zich heen of blijven dicht bij hun vader of moeder. Niet omdat ze aanhankelijk zijn, maar omdat ze zekerheid zoeken. Ze worden extra alert. 

Juist daarom is het zo waardevol om wél even contact te maken voordat je wegloopt. Even naar het kind toe bewegen, oogcontact maken en zeggen: Ik ga heel even naar het toilet. Ik ben zo weer terug en dan ga ik daar weer zitten. In de tussentijd past Marieke even op je.

Het kind weet waar het aan toe is. Het hoeft niet te zoeken, niet te schrikken en niet te controleren. Er is duidelijkheid. En juist die voorspelbaarheid vormt een belangrijke basis voor vertrouwen. Opvallend genoeg gaan kinderen daarna vaak gemakkelijker verder met spelen. Ze weten dat hun ouder terugkomt en dat er in de tussentijd iemand voor hen beschikbaar is. 

Soms is dat niet zo en moet een kind toch huilen. Of wacht het op de stoel van zijn moeder totdat zij weer terugkomt. Ook dat is helemaal oké. Want het kind ervaart: Mijn moeder verdwijnt niet zomaar. En als ze zegt dat ze zo terug komt, dan doet ze dat ook. Zo ontwikkelt het kunnen vertrouwen op de ander. 

Als BOKiS-begeleider laten we ouders ervaren hoe kleine momenten als deze een groot verschil kunnen maken. Niet door ingewikkelde theorie, maar door in de praktijk te laten zien hoe kinderen groeien wanneer volwassenen duidelijk, voorspelbaar en betrouwbaar zijn.

Gun jij ouders en kinderen ook die rust en dat vertrouwen? Je bent van harte welkom bij BOKiS